Re-inventing business models

Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door Stichting Management Studies (VNO-NCW). Het project stond onder leiding van prof.dr. Henk W. Volberda van RSM en heeft als voornaamste bevindingen:
1 Ongeveer een op de drie bedrijven in Nederland houdt krampachtig vast aan het bestaande business model Uit het onderzoek komt naar voren dat 32% van de ondervraagde bedrijven hun business modellen niet tot in enige mate innoveren. Bij 11% van de ondervraagde bedrijven wordt het business model zelfs niet tot nauwelijks verfijnd dan wel vernieuwd.

2 Bedrijven die het bestaande business model verbeteren en tegelijkertijd werken aan een nieuwe business model hebben de beste bedrijfsprestaties. Het onderzoek toont aan dat de groep van bedrijven die in hoge mate in staat zijn om het bestaande business model te repliceren en daarnaast in hoge mate nieuwe business modellen te ontwikkelen de hoogste bedrijfsprestaties hebben. Deze groep heeft gemiddeld 18% hogere bedrijfsprestaties dan bedrijven die vasthouden aan hun bestaande business model. Het hebben van een dergelijke ‘kraamkamer’ voor nieuwe business modellen naast het verfijnen van de bestaande business modellen is noodzakelijk om op de korte en langere termijn competitief te blijven.

3 In een zeer competitieve omgeving leidt zeer veel replicatie van het business model tot afnemende bedrijfsprestaties en is juist vernieuwing van het business model noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven in een zeer competitieve omgeving vooral baat hebben bij het radicaal vernieuwen van het business model. Dit leidt tot hogere bedrijfsprestaties dan bedrijven die in een dergelijke competitieve context vooral het business model verfijnen. Het onderzoek toont juist aan dat bedrijven die eenzijdig investeren in replicatie van hun business model lagere bedrijfsprestaties hebben. Het fundamenteel vernieuwen van het business model is dan noodzakelijk om op zoek te gaan naar meer aantrekkelijke markten of om juist de concurrentie frontaal aan te vallen.

4 Ondernemend management en absorberen van nieuwe technologieen zorgt voor een boost van business model-innovatie. In het onderzoek worden vier hefbomen van business model-innovatie onderscheiden: technologie, ondernemend management, organisatievormen en co-creatie. Van de hefbomen draagt ondernemend management meer dan de helft bij aan zowel business model-replicatie (55%) als business model-vernieuwing (59%). Organisaties die goed in staan zijn om nieuwe externe technologieen te identificeren en aan te wenden (‘goede voelsprieten’), kunnen zelfs een versterkend effect realiseren van de hefbomen op business model-vernieuwing.

5 Een focus op aandeelhouderswaarde, en het excessief luisteren naar bestaande klanten leidt tot uitstel van business model-vernieuwing. Bedrijven die zich vooral richten op het creeren van waarde voor de aandeelhouders geven over het algemeen de voorkeur aan het repliceren van het business model, bijvoorbeeld door te beproefd recept in een ander land te introduceren. Een dergelijke focus op aandeelhouderswaarde kan echter wel een belemmering vormen om te investeren in business modellen die zich pas op de langere termijn terug betalen en waarbij de risico’s hoger zijn. Ook bedrijven die te veel luisteren naar wat de bestaande klanten willen, zijn eerder geneigd om hun business model te verfijnen dan om nieuwe business modellen te ontwikkelen. Hierbij loert namelijk het gevaar dat bedrijven zich vooral richten op de meest winstgevende klanten, hetgeen schadelijk kan zijn voor de continuiteit van een bedrijf op de langere termijn.

6 Bedrijven die alleen gericht zijn op financiele performance zijn vaak te laat met business model-innovatie. Bedrijven kunnen de neiging hebben om hun business model te herzien als de winstcijfers dalen. Een bedrijf is dan echter te laat met business model-innovatie. Voordat de bedrijfsprestaties dalen, zijn er verschillende signalen dat nieuwe business modellen ontwikkeld moeten worden.

7 Bedrijven die waarschuwingssignalen in de uithoeken van hun markt oppakken, hun kerncompetenties kritisch in de gaten houden en investeren in talenten van hun medewerkers kunnen sneller en tijdig hun business model innoveren. Er zijn diverse waarschuwingssignalen dat bedrijven hun business model moeten gaan herzien. Zo kunnen er signalen komen uit de uithoeken van het bedrijf en van markten. Deze signalen kunnen echter buiten de radar van een bedrijf zitten, genegeerd worden, of als niet relevant genoeg bestempeld worden. Bedrijven dienen dergelijke signalen echter wel serieus te nemen. Een ander teken aan de wand dat een business model-vernieuwing nodig wordt is dat talenten de organisatie verlaten en er onvoldoende geinvesteerd wordt in nieuwe talenten. Dit gaat ten koste van de creativiteit binnen een organisatie en kan tot uitstel van business model-vernieuwing leiden.

Deze en andere uitkomsten van het onderzoek – ondersteunt met casuistiek uit binnen- en buitenland (DSM, NXP, Randstad, TomTom) – zijn nu samengebracht in het boek “Re-inventing business: hoe bedrijven hun business model innoveren” waarvan het eerste exemplaar op vrijdag 14 juni 2013 wordt uitgereikt aan Dick Benschop, President-Directeur Shell Nederland. Ook in dit uitgebreide verslag wordt verder ingegaan op diverse bevindingen die in het boek gepresenteerd worden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *